Ik stel me voor dat ergens in de toekomst mensen of buitenaardse wezens, of Iets wat ons brein helemaal niet kan vatten, rond een vuurtje samen zitten en verhalen vertellen. Ze vertellen over een bepaalde samenleving, één van de velen die in het begin van de 21ste eeuw de aarde bevolkten. Nieuwsgierig naar andere vormen van leven en hoe die hun eigen aanwezigheid organiseerden, vertelt iemand hoe deze samenleving omging met verdriet en rouw.

“Van kleins af aan wordt kinderen aangeleerd hun verdriet over de kleine en grote frustraties van het leven te onderdrukken. Baby’s hadden ‘s avonds een huiluurtje, maar ouders probeerden ze te sussen of lieten ze alleen. Als ze groter werden en hun lichaam rouw wilde uiten in vorm van wenen om frustraties en verdriet te transformeren, gingen ouders hun ofwel troosten ofwel verwijten. In elk geval was het de bedoeling dat het kind stopte met wenen: “maar je moet niet wenen…”, “zo erg is het toch niet…”, “nu is het genoeg, hou ermee op”,…

Of ze probeerden een manier te vinden om de aandacht van het kind op iets anders te vestigen: “oh, kijk, een vogel…”. Ze probeerden kinderen ervan te weerhouden hun instinctieve rouw om de kleine frustratie en het verdriet van het dagelijkse leven te beleven en te uiten.”

Rouw heeft ruimte nodig

“Als iets anders liep dan ze graag wilden, gingen kinderen instinctief wenen om de kloof tussen ‘wat is’ en ‘wat ze wilden’ te dichten. Om hun dit af te leren gebruikten ouders een techniek die wijd verspreid was in die tijd: schuldgevoelens creëren: “je hebt gisteren al een ijsje gekregen en vandaag vraag je weer een… dat gaat toch niet” of door vergelijken: “kijk naar je vrienden… zij huilen niet. De enige die huilt ben jij.”

Van zodra de mens in de wereld terecht kwam, belandde zij onmiddellijk in de schuld marinade waarvan het belangrijkste ingrediënt schaamte was

“Ten slotte werd huilen vaak als manipulatie gezien: “oh, ze wil alleen maar krijgen wat ze wil” of: “ze wil gewoon aandacht… “…terwijl we toch allemaal aandacht nodig hebben. Ze beseften niet dat het een vorm van rouwen is… een heel kleine rouw. De transformatie van verdriet die ruimte nodig heeft, soms maar een paar minuten, aan welke zij eenvoudigweg de ruimte hadden kunnen geven…”

Just holding the space

“Alledaagse rouw hoorde niet bij de cultuur en wenen in het openbaar was een uitdaging voor de maatschappelijke normen. De enige openbare plek waar je mocht wenen was tijdens een begrafenis. Anders waren tranen in het openbaar een verstoring van de status quo.

Het maakt mensen ongemakkelijk en hulpeloos en ze probeerden dan ook meteen te “helpen”, door van onderwerp te veranderen, proberen de goede kant van de dingen te zien (“Het geschenk in dit alles is…”), te herkaderen (“Bekijk het eens van een andere kant…”), advies te geven, te vergelijken, te minimaliseren (“Zo erg is het niet”), schaamte opwekken (“Je bent te gevoelig” ), te bekritiseren, te veroordelen (“Je bent altijd zo negatief”), gerust te stellen (“Het komt wel goed”), een diagnose te stellen (“Je bent gewoon depressief omdat…”) of te beledigen (“Je bent geen knappe schreeuwer”).

In de loop van de dag, ontstaat er allerlei klein en groot verdriet, frustraties, machteloosheid, angst, hopeloosheid…. Zoals de bus missen, niet gehoord worden als je iets zegt, een gestolen fiets, een ruzie, een droom die niet uitkomt, een vriendschap die eindigt, iemand die sterft, alles verliezen bij een brand of overstroming, de collaps van het ecosysteem, …”

Er was zoveel ongerouwd verdriet

“Volwassen, wisten ze niet meer wat te doen met frustraties en andere oncomfortabele gevoelens. De oplossing was gevoelens gewoon niet voelen.

Verschillende middelen werden in de loop van de tijd op punt gezet : pilletjes en drankjes en televisie, therapeuten, mindfulness,… Manieren om zich aan te passen aan een maatschappij die zichzelf het rouwen had afgeleerd en daardoor onder enorme druk stond.

Onverwerkte rouw uitte zich in woede, geweld en depressie. Die spanning moest zich op de een of andere manier een weg naar buiten banen. Ongerouwd verdriet lekte onder ander uit in vorm van bedreigingen: “als je nu de deur uitgaat, dan moet je nooit meer terugkomen…” zeiden mensen tegen iemand die zich niet gedroeg zoals ze wilden waardoor intens verdriet en angst hun radeloos maakte en druk de enige optie leek.

Ze bedreigden anderen om te proberen de werkelijkheid te dwingen zich aan te passen aan wat zij wilden. Of ze gingen dwang op zich zelf zetten, door te proberen niet te willen wat ze wilden.

Het maakte hen hard. Het was zichtbaar in hun lichamen.

Ze rouwden niet om onvervulde behoeften. Als bijvoorbeeld een relatie voorbij ging, werd er om de relatie gerouwd. Niet om behoeften zoals continuïteit, liefde, verbondenheid, veiligheid, tederheid, nabijheid, intimiteit, … behoeften die in de relatie vervuld waren, voordat de frustratie ontstond en de kloof groeide en groeide en onoverbrugbaar werd. Evenmin kwamen zij in contact met de behoeften die door het uit elkaar gaan wel vervuld werden. Zoals misschien het herverbinden met zichzelf, avontuur, eenvoud, vrijheid, …”

Er was vehement verzet tegen wat in hen leefde

“Rouw helpt ons om voorzichtig de kloof te overbruggen tussen wat we willen, ons voorstellen of verlangen en wat er op dat moment werkelijk “is”.”

De realiteit boven het plan verkiezen

Annick Nölle is an artist and gives workshops in Non Violent Communication.

Annick Nölle is an artist and gives workshops in Non Violent Communication.